2 minutes
minuten

De Tweede Kamer heeft op 12 februari 2026 ingestemd met de Wet werkelijk rendement box 3. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Het nieuwe stelsel belast het werkelijke rendement, waaronder ook waardestijgingen van onroerend goed.
Woningen in box 3
Voor woningen in box 3 (zoals vakantiewoningen en verhuurde woningen in privé) geldt per 1 januari 2028 als uitgangspunt de WOZ-waarde 2029, met waardepeildatum 1 januari 2028.
Een hoge waarde per 1 januari 2028 kan gunstig zijn. Hoe hoger de beginwaarde, hoe lager de toekomstige waardestijging en dus hoe lager de belasting bij verkoop. Een (te) hoge WOZ-waarde kan dan juist voordelig zijn.
Voor de eigen woning (hoofdverblijf) verandert dit niet. Die valt in box 1 en waardestijgingen blijven daar onbelast.
Overige onroerend goed in box 3
Voor al het overige onroerend goed in box 3 (de “niet-woningen”) geldt per 1 januari 2028 de waarde in het economisch verkeer.
Heeft u grond in privé, dan is het verstandig terughoudend te zijn met langdurige pachtcontracten. Verpachte grond heeft een lagere waarde dan onverpachte grond. Als de waarde op 1 januari 2028 laag is door verpachting, kan latere waardestijging van aangroei van waarde verpacht naar onverpacht leiden tot extra belastingheffing.
Voor verhuur geldt een vergelijkbaar aandachtspunt, al zijn de wettelijke beperkingen daar minder verstrekkend dan bij pacht. De inhoud van het huurcontract speelt daarbij dan een belangrijke rol.
Onderhoudskosten
Onder de huidige regels kunt u kiezen tussen heffing over een forfaitair rendement of over het werkelijke rendement. Bij werkelijk rendement zijn onderhoudskosten niet aftrekbaar.
Vanaf 2028 vervalt deze keuze. Huurinkomsten worden belast, maar onderhoudskosten zijn dan aftrekbaar.
Het kan daarom aantrekkelijk zijn onderhoud, waar mogelijk, uit te stellen tot na 1 januari 2028. Let daarbij op het verschil tussen:
onderhoudskosten (direct aftrekbaar);
verbeteringskosten (niet direct aftrekbaar, maar verhoging van de verkrijgingsprijs en pas relevant bij verkoop).