10 minutes
minuten
Optimaliseer investeringsaftrek
De investeringsaftrek is een fiscale subsidie op investeringen. Boven een investeringsbedrag van € 70.602 geldt dat des te hoger de investering, des te lager het bedrag van de investeringsaftrek. Het kan voor u gunstig zijn bedrijfsinvesteringen over meerdere kalenderjaren te spreiden. Door een investering nog juist wel of juist niet in 2025 te doen, kunt u profiteren van een zo hoog mogelijke aftrek. Onder investeren wordt verstaan “het aangaan van verplichtingen”. Dit betekent dat u investeert als u de offerte accepteert. Daarbij is ook van belang dat - als u ook de aftrek in 2025 wilt - het bedrijfsmiddel in 2025 in gebruik moet zijn genomen óf in 2025 voldoende moet zijn (aan)betaald.
Andere investeringsfaciliteiten, zoals EIA, MIA en Vamil
Naast de investeringsaftrek zijn er nog andere investeringsfaciliteiten. Wanneer u milieuvriendelijk of energiezuinig investeert, kunt u wellicht gebruik maken van de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) of de willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen (Vamil).
Voor toepassing van de EIA en de MIA/Vamil moet u investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen die zijn opgenomen op de Energie- en Milieulijst 2025. Vraag uw leverancier of onze adviseurs op tijd of een investering in aanmerking komt voor de EIA, MIA en/of Vamil.
Voor toekenning van EIA en MIA/Vamil is het vereist dat u de investering tijdig meldt bij de RVO, namelijk binnen drie maanden nadat u de investeringsverplichting bent aangegaan. U investeert als u de offerte accepteert. Bent u te laat met de melding, dan komt u niet in aanmerking voor de extra aftrek of een eerdere afschrijving!
De energielijst en milieulijst, de lijsten waarin alle bedrijfsmiddelen staan die in aanmerking komen voor aftrek, worden jaarlijks steeds in de laatste dagen van december herzien. Het kan zijn dat een investering in 2025 nog wel recht geeft op aftrek, maar daarna niet meer of omgekeerd. Het is dan ook verstandig om bij voorgenomen investeringen in energiezuinige of milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen af te stemmen in welk jaar de verplichting moet worden aangegaan.
Kijk uit voor een desinvesteringsbijtelling
Heeft u in 2021 gebruik gemaakt van de investeringsaftrek en wilt u het desbetreffende bedrijfsmiddel verkopen, wacht dan met verkoop tot 2026. Hiermee voorkomt u dat een gedeelte van de genoten investeringsaftrek moet worden terugbetaald.
Vorm een herinvesteringsreserve voor een verkocht bedrijfsmiddel
Is een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij een boekwinst behaald, dan kan de belastingheffing over de boekwinst worden uitgesteld door deze te reserveren in een herinvesteringsreserve. U kunt de herinvesteringsreserve in stand houden voor maximaal drie jaar na het jaar waarin je het bedrijfsmiddel hebt verkocht.
Een belangrijke voorwaarde om te mogen reserveren is dat er sprake is van een voornemen tot herinvestering. U moet zelf kunnen bewijzen dat sprake is van een voornemen. Dit kan aannemelijk worden gemaakt door bijvoorbeeld offertes aan te vragen en advies in te winnen over een vervangend bedrijfsmiddel in combinatie met het vastleggen van directiebesluiten inzake de nieuwe investering. Dit moet - bij een verkoop in 2025 - dan wel uiterlijk 31 december 2025 zijn gedaan. Voor de jaren daarna moet dit voornemen doorlopend aanwezig zijn en kunnen worden bewezen.
Gebruik uw herinvesteringsreserve tijdig
Zoals hierboven aangegeven kan voor de boekwinst op een bedrijfsmiddel een herinvesteringsreserve worden gevormd. Deze boekwinst mag dan (onder voorwaarden) worden afgeboekt op een nieuw bedrijfsmiddel. Als in 2022 een herinvesteringsreserve is gevormd, dient u voor het einde van 2025 een herinvestering te doen. Doet u dit niet, dan valt de reserve vrij in de winst en wordt deze belast. Haast is dan ook geboden. Enkel in zeer bijzondere omstandigheden kan de termijn voor het aanhouden van een herinvesteringsreserve worden verlengd.
Beloon uw meewerkende partner
Als uw partner meewerkt in de onderneming, kan het voordelig zijn om daarvoor een arbeidsbeloning te geven. Bij een vergoeding van € 5.000 of meer is deze bij de ondernemer aftrekbaar en bij de partner belast. Er kan dan wellicht een tariefvoordeel worden behaald en mogelijk bestaat recht op extra heffingskortingen.
Wilt u dit jaar nog gebruik maken van de fiscale voordelen van het belonen van de meewerkende partner, zorg dan dat de beloning nog in 2025 wordt uitbetaald aan de partner.
Salaris voor uw kinderen
Als uw kinderen meewerken in het bedrijf kan het fiscaal aantrekkelijk zijn om hen salaris uit te betalen. Vanaf 13 jaar mogen kinderen al sommige werkzaamheden verrichten. Ze kunnen bijvoorbeeld meehelpen in de winkel of het bedrijf van hun ouders. Dit mag alleen bij een bedrijf aan huis. Afhankelijk van de fiscale situatie van het kind en de ouder(s) hoeft het meewerkende kind geen inkomstenbelasting te betalen over het ontvangen loon en krijgen de ouders een aftrekpost. Het voordeel kan dan oplopen tot enkele duizenden euro’s per jaar per kind.
Uw kinderen hoeven niet altijd in de loonadministratie te worden opgenomen. Afdracht van werknemersverzekeringen kan vaak achterwege blijven. Wilt u nog dit jaar uw kinderen belonen voor hun werkzaamheden, zorg dan dat de beloning vóór 31 december aanstaande wordt uitbetaald.
Benut voordelen bij bedrijfsopvolging
Het (gedeeltelijk) schenken van uw onderneming of aandelen in uw BV kan fiscaal op een voordelige wijze. Deze regeling wordt de bedrijfsopvolgingsregeling of BOR genoemd. Het moet dan gaan om (fiscaal) ondernemingsvermogen want (fiscaal) beleggingsvermogen valt niét onder de BOR. Er is door de BOR géén schenkbelasting verschuldigd als de onderneming een waarde heeft van € 1.500.000. Is de waarde hoger, dan is van het meerdere 75% vrijgesteld. Er wordt dan 25% belast tegen (bij een schenking van ouder aan kind) een tarief van maximaal 20%. Het belastingtarief is dan maximaal 5% (20% van 25%). Een belangrijke voorwaarde is dat de onderneming nog minimaal 3 jaren moet worden voortgezet en behouden na de schenking. Daarbij moet de onderneming door de schenker minimaal 5 jaren zijn gedreven.
Tip! Overweegt u uw bedrijf (of een gedeelte) op korte termijn te schenken en wilt u daarbij gebruikmaken van de BOR, overleg dan met ons wanneer het voor u het aantrekkelijkste is.
Dien de WBSO-aanvraag tijdig in
Als uw onderneming het voornemen heeft om per 1 januari 2026 S&O-werkzaamheden uit te voeren, moet tijdig een WBSO-aanvraag worden ingediend. Hebt u werknemers, dan moet de aanvraag uiterlijk 20 december 2025 zijn ingediend. Hou deze termijn daarom goed in de gaten.
Benut de werkkostenregeling optimaal
Benut u de vrije ruimte voor de werkkostenregeling goed? Als er ongebruikte ruimte is, dan kunt u dit jaar uw werknemers nog belastingvrije vergoedingen of verstrekkingen geven. In 2026 zijn dezelfde percentages als in 2025 van kracht. De vrije ruimte over de eerste €400.000 van de loonsom is 2%, de vrije ruimte daarboven is 1,18%.
Tip! Mocht u verwachten dat in 2026 de vrije ruimte boven de eerste € 400.000 uitkomt dan kan het voordelig zijn om een deel van de vergoedingen en verstrekkingen van volgend jaar naar voren te halen.
Voor 2027 zal er een percentage wijziging plaatsvinden waardoor er over de eerste € 400.000 een vrije ruimte zal zijn van 2,16% ten opzichter van 2%.
Pas eventueel de concernregeling toe. Dan ontstaat in feite een gezamenlijke vrije ruimte die uitgewisseld kan worden tussen concernmaatschappijen. Dit is maatwerk, omdat de concernregeling ook nadelig kan uitpakken.
Elektrisch rijden in 2025
Denkt u erover na om een elektrische auto aan te schaffen, dan kan het voordelig zijn dit nog in 2025 te doen. De bijtelling voor elektrische voertuigen wordt vanaf 2026 gelijk getrokken aan die van benzine- en dieselauto’s.
Tip! Als u vóór 1 januari 2026 een elektrische auto op kenteken laat zetten dan profiteert u nog 60 maanden van de lagere bijtelling gebruik maken. Namelijk 17% over de eerste € 30.000 en 22% over het meerdere, in tegenstelling tot de 22% over de volledige cataloguswaarde.
Pseudo-eindheffing fossiele auto’s
Het streven is dat alle personenauto’s die vanaf 2027 door een werkgever voor het eerst aan de werknemer voor privégebruik ter beschikking worden gesteld volledig emissievrij zijn. De pseudo-eindheffing is van toepassing op alle niet volledig emissievrije personenauto’s (ook hybrides). Het heffingspercentage is 12% over de waarde van de fossiele personenauto:
Voor auto’s t/m 25 jaar wordt uitgegaan van de cataloguswaarde
Voor auto’s die ouder zijn dan 25 jaar wordt uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer
Er is sprake van een overgangstermijn waarbij er situaties zijn dat er in 2027 de pseudo- niet van toepassing is. Als een werkgever vóór 2027 een personenauto ter beschikking heeft gesteld aan een van diens werknemers geldt een overgangstermijn tot 17 september 2030. Als er in 2025 nog een nieuw leasecontract wordt afgesloten dan geldt de eindheffing nog niet in 2027.
Let in 2026 extra op met het inhuren van ZZP’ers!
Als u ZZP’ers inhuurt, heeft u op grond van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) de verantwoordelijkheid om de arbeidsrelatie met de ZZP’er te beoordelen. Er kan derhalve in feite sprake zijn van een dienstverband terwijl op papier sprake is van een ZZP’ér. Dit wordt ook wel “schijnzelfstandigheid” genoemd. Vanaf 1 januari 2026 vervalt de zogeheten ‘zachte landing’ en mag de belastingdienst direct boetes opleggen bij schijnzelfstandigheid.
De Belastingdienst kan sinds 2025 met terugwerkende kracht naar 1 januari 2025 correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en boetes opleggen als blijkt dat een zzp’er toch voldoet aan de criteria van een arbeidsverhouding. Daarbij geldt een overgangsperiode van 1 jaar waarin werkgevers en werkenden nog geen vergrijpboete krijgen als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid. Verzuimboetes kunnen wel worden opgelegd.
Per 1 juli 2026 zal waarschijnlijk een nieuwe wet in werking treden die meer duidelijkheid moet geven over de positie van ZZP’ers en schijnzelfstandigheid. De wet stelt een uurtariefgrens van € 36,- per uur, wanneer er een uurtarief wordt betaald onder de grens kan er straks makkelijker worden gesteld dat er sprake is van een werknemer en kan er een beroep worden gedaan op de bijbehorende rechten. (Er zal geen overgangsrecht zijn maar een directe werking)
Wij raden u daarom aan al de arbeidsrelaties met de ZZP’ers (al dan niet werkend via een eigen B.V.) nu al kritisch te beoordelen. De belastingdienst heeft recent een toelichting verstrekt op welke wijze zij dit beoordeeld.
Verhoging van btw-tarief op logies
Per 1 januari 2026 zal het btw-tarief op short stay verhuur worden verhoogd naar 21% (was 9% in 2025). In de situatie dat een woning voor een kortere periode, minder dan 6 maanden, wordt verhuurd is er sprake van short-stay. Dit betekent dat er voor de verhuurder sprake is van een hogere belastingdruk op de kortdurende verhuur activiteiten.
Herziening diensten
Voor de omzetbelasting worden bedrijfsmiddelen gedurende 5 jaar (roerende zaken) of 10 jaar (onroerende zaken) gevolgd. Wordt de investering binnen die periode niet meer gebruikt voor belaste prestaties (bijvoorbeeld na een staking van de onderneming) dan moet een gedeelte van de in aftrek gebrachte BTW worden terugbetaald. Dit wordt “herziening” genoemd. Voor diensten geldt nu nog geen herzieningsperiode behalve de toets in het jaar van afname van de dienst. Dit gaat per 1 januari 2026 veranderen.
Vanaf 1 januari 2026 geldt er namelijk voor diensten aan onroerende zaken een herzieningsregeling. Dit wordt een investeringsdienst genoemd. Voor de BTW wordt een verbouwing aan een onroerende zaak als dienst beschouwd. Enkel indien de verbouwing zodanig is dat de dragende constructie van het gebouw wordt gewijzigd, is voor de BTW géén sprake meer van een dienst. Veel (zeer) grote verbouwingen zijn dan ook voor de BTW een dienst.
De herziening geldt echter alleen als het een dienst betreft (1) waarbij de vergoeding ten minste €30.000 (exclusief btw) bedraagt, (2) op of na 1 januari 2026 in gebruik zijn genomen en (3) de dienst moet meerjarig dienstig zijn aan de onroerende zaak. De herzieningsperiode bedraagt voor deze investeringsdienst diensten vier jaar na het jaar van ingebruikname.
